Nieuws
Tessa Koster, Timo G. Nijland, Rob P.J. van Hees

Faalkansen van zoutbelast natuursteen

Bij restauratie en conservering van Erfgoed en ander cultureel erfgoed speelt vaak de vraag of steenachtig historisch materiaal, en met name beeldhouwwerk, op de oorspronkelijke locatie gehandhaafd of geconserveerd dan wel vervangen moet worden. Reden voor die vraag is dan de waargenomen aantasting van het object. In veel gevallen van aantasting blijken zouten aanwezig, waarbij het kristallisatiemechanisme de achtergrond van de schade vormt. Vanuit het oogpunt van authenticiteit, bouwhistorie en beheer en behoud van cultureel erfgoed is behoud in situ de meest wenselijke situatie. Indien aantastingmechanismen echter niet stopgezet kunnen worden, zou handhaving van het beeldhouwwerk op de oorspronkelijke locatie kunnen betekenen dat het verder achteruitgaat.

In dit geval moet een oordeel gevormd worden over de toekomstige schadeverwachting. Bij aantasting door zouten zijn het type en de hoeveelheid zouten en het aantal kristallisatiecycli medebepalend voor de snelheid en mate van schadeontwikkeling. Bemonstering is daarom noodzakelijk. Bemonstering betekent echter altijd in enige mate, hoe klein ook, verlies van een deel van het oorspronkelijke materiaal. Het aantal monsters zal om die reden vrijwel altijd erg beperkt zijn. Er zijn dus vaak weinig ‘harde’ onderzoeksgegevens beschikbaar om een beslissing op te baseren. Daarnaast is sprake van onzekerheid in die gegevens zelf en van onbekendheid van en onzekerheid in bij degradatiemechanismen behorende grenswaarden waarbij schade optreedt. Dit alles maakt het vaak moeilijk om een eenduidige uitspraak te doen over de toekomstige schadeverwachting. Daardoor ontbreekt een objectieve basis voor besluitvorming over handhaven of vervangen. In deze publicatie wordt getoond hoe op basis van probabilistiek wel tot een dergelijke uitspraak is te komen.

 

Bron: 
Praktijkreeks Cultureel Erfgoed
Categorieën: 
Dossiers: