Nieuws
Yvo Meihuizen

Energie- en milieueisen bij Erfgoed

Op grond van artikel 1.12 van het Bouwbesluit kan men op veel eisen t.a.v. energie ontheffing verlenen. Belangrijk is na te gaan welke eisen noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van een monument. Daarbij moet men op de hoogte zijn van de verschillende alternatieven die mogelijk zijn (bijv voorzetramen i.p.v. dubbelglas) Ook hoeven de energieprestatie-eisen niet voor alle vetrekken in gelijke mate opgeld te doen.

 

Warmte

Erfgoedzorgers moeten beducht zijn op de eisen van de energie- en milieuregelgeving. De effecten van isolatie werken vaak averechts. Isolatie kan tot verstikking leiden met alle gevolgen van dien, zoals schimmelaantasting. Daarnaast vergeet men dat oude gebouwen met dikke muren een ingebouwde warmtebuffer hebben en dat er in oude gebouwen met hoge vertrekken minder behoefte aan voortdurende ventilatie bestaat. Hantering van het gelijkwaardigheidsbeginsel biedt hier vaak soelaas. De Rijksgebouwendienst heeft hiervoor een rekenmethodiek ontwikkeld (Greencalc).
Tot slot nog dit: als alle Erfgoed zouden worden aangepast aan de energie-eisen, zou dit een besparing van nog geen één procent opleveren. Niet-Erfgoed hebben een gemiddelde levensduur van 75 jaar. Erfgoed hebben doorgaans al een veel langere levensduur achter de rug. Bovendien is in oude, goed geventileerde gebouwen geen airconditioning nodig, onder andere omdat de grotere ruimtes en de zwaardere constructies een veel grotere warmtecapaciteit hebben.

Ventilatie en isolatie

De huidige wet- en regelgeving omtrent het bouwen stelt hoge eisen aan ventilatie en isolatie. Ook de eisen van de moderne gebruikers van monumentale panden liggen aanzienlijk hoger dan in de tijd dat het monument werd gebouwd. Het ondeskundig isoleren van een monument kan echter aanzienlijke problemen met zich meebrengen. Door isolatie kan met name bij koudebruggen condensvorming ontstaan die, zeker in het geval dat deze optreedt in een weinig geventileerde ruimte, schadelijke gevolgen zal hebben. Aantasting door schimmels is dan zeer snel mogelijk. Voor Erfgoed heeft onze ‘Nationale Kierenjacht’ vaak desastreuze gevolgen gehad. Het is daarom zaak dat het interieur van een monument goed geventileerd wordt, ook al gaat dat enigszins ten koste van de behaaglijkheid. Bij het kiezen van isolatiemethoden is het daarom zaak ervoor te zorgen dat deze de ventilatie van het monument zo min mogelijk in de weg staan (afgezien van de aantasting van andere monumentale waarden). Dit is een van de redenen waarom men heden weer overweegt de open vensters in het Bouwbesluit verplicht te stellen. Isolatie en ventilatie van Erfgoed is een complexe zaak, die men stellig aan deskundigen moet overlaten.
Oude ramen kieren en hebben vaak nog origineel (dun) glas. Ze vormen daardoor een geweldig warmtelek. Vanuit de milieuregelgeving zal er daarom op worden aangedrongen om tot isolatie over te gaan. Er zijn echter enkele punten die men daarbij niet uit het oog mag verliezen:

  • Modern glas is dikker en zwaarder en het spiegelt. Het trekt daardoor het oude raam uit zijn verband en vermindert de monumentale uitstraling.
  • Dubbel glas past niet in oude sponningen. Het vervangen van een oud raam door een nieuw raam met een maatvoering die wel aan de nieuwe eisen voldoet, is om eerder genoemde redenen af te wijzen. Daarnaast is het verwijderen van nog bruikbaar bouwmateriaal in strijd met andere milieuwetgeving.

Het aanbrengen van voorzetramen die de constructie en bouwfysica niet aantasten, is dus aan te raden. Ook hierbij moet men echter een aantal zaken voor ogen houden. De vensteropeningen aan de binnenzijde zijn bij veel Erfgoed vaak voorzien van historische aftimmeringen met naar binnen draaiende blinden. Het plaatsen van een voorzetraam is vaak niet mogelijk zonder aantasting van de monumentale waarde. Aan de buitenzijde geldt dit bezwaar evenzeer, maar in dit geval omdat het vlak van het raam dichter tegen het gevelvlak komt te liggen. Een redelijke oplossing is vaak te vinden in een demontabele (reversibele) constructie, bijvoorbeeld door de tweede ruit te vatten in een ranke constructie van plastic of aluminium die tegen het raam wordt aangeschroefd.
Ter illustratie willen we nog wijzen op de noodzakelijke bescherming die bij veel kerken is aangebracht om de oorspronkelijke glas-in-loodvensters te beschermen. Vaak werd een schijf van perspex tegen de buitenkant aangebracht. Het aanzien van de kerk werd hierdoor een stuk geslotener. Dit is een duidelijk geval van een noodzakelijke aantasting van het monumentale voor­komen, die is uitgevoerd om het monument juist tegen verval te beschermen. Indien de perspexplaten echter zorgvuldig zijn aangebracht, zullen zij ook verwijderd kunnen worden zonder schade aan het monument (reversibel). Als in de toekomst een betere oplossing wordt gevonden, kan het monument weer zijn oude uitstraling herkrijgen.
Het gebruik van kit valt eveneens af te raden, omdat de fysische werking ervan niet overeenstemt met die van het oorspronkelijke materiaal. Er zijn nog steeds goede traditionele reparatiemortels op de markt. Voor lijm geldt hetzelfde. Het is weliswaar een eenvoudig aan te brengen constructiemiddel, maar voegt zich slecht met de fysische eigenschappen van hout. Hier verdienen koperen of gegalvaniseerde stalen schroeven de voorkeur of – nog beter – houten constructie onderdelen, zoals wiggen en doken.

 

Bron: 
Een monument beheren, onderhouden en handhaven
Zie ook: 
Categorieën: 
Dossiers: