Overslaan en naar de inhoud gaan
Nieuws

‘Brandveilig volgens de regels, is niet altijd brandveilig in de praktijk’

Foto: BrandVeilig.com/Xella

Hoe is het mogelijk dat een gebouw voldoet aan alle normen van het Bouwbesluit en tóch brandgevaarlijk is? Wat betekenen de nieuwe eisen op het gebied van rookwerendheid voor bestaande en nieuwe bouwmaterialen? En: wordt het niet tijd om ons wat minder achter regels te verschuilen en wat meer ons gezonde verstand te gebruiken? Het waren prikkelende vragen die donderdag 14 juni klonken in Vuren. Ruwbouwspecialist Xella ontving hier zo’n 80 belangstellenden, afkomstig uit alle geledingen van de bouwwereld, voor een bijeenkomst rond het thema Brand & Gebouw.

In een kleine 2,5 uur tijd werden de aanwezigen bijgepraat door een drietal sprekers. Om te beginnen testte Emiel van Rossum, oprichter en directeur van de Brandpreventie Academy, de kennis van zijn toehoorders ten aanzien van de wet- en regelgeving. In dat verband besprak hij onder meer de afmetingen van brandcompartimenten en vertelde hij dat de maximale oppervlakte van een compartiment in het geval van industriële toepassingen – namelijk: 2.500 m2 – ooit is gebaseerd op de oppervlakte die de brandslangen van de brandweer kunnen bestrijken.

Ook besteedde hij aandacht aan de regels, en vooral ook de beperkingen van die regels, rond ‘spiegelsymmetrie’ en de WBDBO-eisen.

Beperkingen van het Bouwbesluit

Vervolgens gaf hij een reeks voorbeelden van brandwerende scheidingen die in de praktijk toch niet zo functioneren als de ontwerper heeft bedoeld. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om het gebruik van brandwerende pur (“een contradictio in terminis”, aldus Van Rossum), om niet goed aangebrachte doorvoeringen of om isolatiemateriaal dat via het dak van de ene naar de andere woning wordt doorgetrokken. Ook wees hij erop dat bij het compartimenteren conform het Bouwbesluit niet wordt gekeken naar de inventaris, en de eventuele vuurlast daarvan. Dat kan tot zeer brandgevaarlijke situaties leiden (denk aan een tot 20 meter hoogte opgestapelde houtvoorraad), terwijl het compartiment wél aan de regels voldoet.

“Brandwerende pur is een ‘contradictio in terminis’, aldus Emiel van Rossum 

Al dit soort uiteenlopende factoren bepalen de daadwerkelijke prestaties – oftewel: de faalkansen – van brandwerende scheidingswanden. Van Rossum besloot dan ook met het advies om bij vraagstukken rond brandwerendheid verder te kijken dan de wet- en regelgeving alleen en altijd het gezonde verstand te blijven gebruiken. Niet voor niets had hij de zaal meteen al bij aanvang van zijn bijdrage geattendeerd op de beperking van het Bouwbesluit. Dat heeft immers ‘slechts’ tot doel om in geval van brand de veiligheid van personen te garanderen en uitbreiding van de brand naar belendende percelen te voorkomen. Het zegt daarmee niets over aspecten die eveneens van groot belang, zoals bedrijfscontinuïteit en verzekerbaarheid.

Links

Lees verder bij Brandveilig.com

Bron: 
Brandveilig.com
Categorieën: 
Dossiers: 
Procesfase: 
Voorbereiding, Uitwerking, Uitvoering/Realisatie, Regelgeving, Beheer/Onderhoud, Ontwerp, Gebruik, (Her)ontwikkeling
Doelgroep: 
Plantoetser, Projectontwikkelaar, Opdrachtgever, Juridisch adviseur/jurist/advocaat, Adviseur BWT, Adviseur, Architect/ontwerper, Beleidsmedewerker, Gebouwbeheerder, Constructeur, Aannemer